CES: loyaliteit belangrijker dan kennis

classic Classic list List threaded Threaded
1 message Options
Reply | Threaded
Open this post in threaded view
|

CES: loyaliteit belangrijker dan kennis

Mosiah
Administrator
This post was updated on .
Momenteel lees ik “The Angel and the Beehive. The Mormon struggle with assimilation” van de Mormoonse socioloog Armand Mauss. Hierin wordt een nogal kritische noot geplaatst bij het Church Educational System (CES, vooral bekend van seminarie en instituut).

In hoofdstuk zes wordt uitgelegd dat het CES in de jaren ’50 en ’60 van de twintigste eeuw twee belangrijke ontwikkelingen heeft doorgemaakt: een enorme groei en een nieuwe pedagogische benadering. De eerste ontwikkeling uitte zich vooral in de steeds grotere sommen geld die naar het CES gingen, en de bijbehorende bureaucratie die daardoor is ontstaan (betaalde leraren, ondersteunend personeel, managers, etc.). De tweede ontwikkeling werd destijds als volgt verwoord door apostel Mark E. Peterson:

“CES-instructeurs moeten het zuivere evangelie onderwijzen en verder niets; zij moeten geloof en getuigenis opwekken bij hun leerlingen, want al de rest doet er niet toe; ze moeten niet proberen om “de ark te ondersteunen” door te intellectualiseren; er heerst geen academische vrijheid bij het CES en wie dat niet bevalt, moet maar ontslag nemen; de Heiligen der Laatste Dagen hebben geen behoefte aan wereldse geleerdheid en hebben die ook niet nodig (…); de HLD begrijpen de Bijbel beter dan wie ook omdat zij geleid worden door openbaring; wie dat niet gelooft, heeft gewoon ongelijk; bij het CES is loyaliteit belangrijker dan kennis” (p. 97).

Het gevolg van deze fundamentalistische benadering wordt door Mauss als volgt samengevat:

“Sinds die tijd werd de pedagogische benadering van het CES steeds meer anti-wetenschappelijk en anti-intellectueel, meer naar binnen gericht, meer bedoeld om de uniciteit en exclusiviteit van de Mormoonse interpretatie van het evangelie te benadrukken, in tegenstelling tot welke andere religieuze of wetenschappelijke interpretatie dan ook. In lesboeken worden goedkope opmerkingen gemaakt tegen wetenschappers, denkers en moderne ideeën, die ervan beschuldigd worden het geloof van de leerlingen in gevaar te brengen” (p. 98).

Het CES heeft dus weinig (meer) met onderwijs te maken maar alles met indoctrinatie en gedragsbeïnvloeding. Zo staat het ook op de website van het seminarie:

“Het doel van seminarie is om de jeugd te helpen de leerstellingen en verzoening van Jezus Christus te begrijpen en toe te passen, om in aanmerking te komen voor de zegeningen van de tempel, en om zichzelf, hun gezinnen en anderen voor te bereiden op het eeuwige leven met hun vader in de hemel” (pdf).

Maar werkt het ook? Volgens Mauss niet:

“Godsdienstonderwijs (in het bijzonder seminarie) heeft op zichzelf weinig invloed op religieuze toewijding als volwassenen (…) In haar wervingscampagnes heeft het CES de afgelopen jaren regelmatig gesteld dat Mormoonse leerlingen die seminarie of instituut bijwonen een grotere kans hebben om op zending te gaan en in de tempel te trouwen dan zij die dat niet doen (…) maar de waarheid is dat Mormoonse jongeren uit sterk religieuze gezinnen de grootste kans hebben om seminarie bij te wonen en op zending te gaan en in de tempel te trouwen. Met andere woorden, de thuissituatie, niet het seminarie, bepaalt in hoofdzaak of deze dingen gebeuren” (pp. 138-139).

Rest de vraag waarom de kerk desondanks zoveel geld in het CES blijft stoppen als niet aantoonbaar is dat de beoogde doelstellingen behaald worden. Daarover zegt Mauss:

“De carrière van duizenden godsdienstleraren en administratieve krachten hangt tegenwoordig af van de voortzetting (zo niet uitbreiding) van CES, en velen van hen zijn in de voorbije jaren toegetreden tot de rangen van de algemene autoriteiten in de kerk (...) bureaucratieen die zich ingegraven hebben, zijn moeilijk uit te roeien, zelfs als hun nut twijfelachtig is” (p. 139).

CES-personeel wereldwijd kan opgelucht adem halen: hun inkomen is voorlopig verzekerd (zolang de leden genoeg tiende blijven betalen natuurlijk).